Christelijke feesten: Uit dit boek - Corry B. Brauckman

Title
Ga naar de inhoud
Pinksterfeest 2026
Rijke vergezichten in eeuwigheidsperspectie

Inleiding
Tien dagen na Hemelvaartsdag is het Pinksterfeest. Het is in veel Europese landen, waaronder Nederland en in een aantal Afrikaanse landen een twee dagen durend feest, waarvan ook de tweede dag een vrije dag is. Het feest wordt ‘eerste en tweede Pinksterdag’ of ‘Pinksterzondag en Pinkstermaandag’ genoemd.

Bij de voorafgaande christelijke feesten gaat het er om, wat de Here God door de Here Jezus ‘voor’ ons doet. Bij het Pinksterfeest gaat het er om, wat de Here God ‘in’ ons doet door de Heilige Geest.

Wat christenen vaak vergeten bij het vieren van het Pinksterfeest
Christenen vieren op het Pinksterfeest de uitstorting van de Heilige Geest. Maar wie ontvingen in het jaar 33 op het Joodse Pinksterfeest de Heilige Geest? Het waren niet de heidenen (gojim), maar de Joden! Uitsluitend de Joden! Zij ontvingen de gave van de Heilige Geest. Ofwel: de Joden die de kruisdood van de Here Jezus hadden begeerd en geëist. Op de eerste Pinksterdag ontvingen ‘drieduizend’ Joden de gave van de Heilige Geest (Handelingen 2:23, 36-41). Dit moet ons niet verwonderen. Het eerste kruiswoord van de Here Jezus was immers: ‘Vader, vergeef het hun (Joden en heidenen), want zij (Joden en heidenen) weten niet wat zij doen’ (Lucas 23:34). Bovendien is het eerst de Jood en dan de Griek. Zó heeft de Here God het bepaald (Romeinen 1:16).
De Joden die de Here Jezus als de Messias erkennen, worden ‘Messias belijdende Joden’ genoemd.

In Caesarea - de residentie van de Romeinse stadhouders - had zich Cornelius met zijn huis gevestigd, onder wie directe verwanten, huisgenoten, personeel en huisslaven. Over zijn persoon is alleen zijn beroep en Godsdienst bekend. Hij was een Romeinse hoofdman over honderd (centurio) van een Italiaans cohort (bestaand uit 600-1000 man). Hij vereerde niet de Romeinse en/of Griekse goden, maar met zijn huis één God: de God van Israël. Hij was Godvruchtig, richtte zich in gebed regelmatig tot de Here God en gaf vele aalmoezen (giften). Toch was hij niet tot het Jodendom, als proseliet, overgegaan. Met andere woorden: hij had zich niet laten besnijden en hield zich niet aan de richtingaanwijzers voor het leven, door de Here God in de Thora gegeven.
Op het uur van het Joodse gebed, naar de Joodse tijdrekening het negende uur (drie uur in de middag) was ook Cornelius in gebed. In een visioen zag hij duidelijk een man, een engel, in een blinkend kleed bij hem binnenkomen. Hij hoorde de engel zeggen: ‘Cornelius!’ Hij staarde de engel aan… Cornelius’ reactie, al was hij een Romeins krijgsman, was heel menselijk: hij werd zéér bevreesd. Hij vroeg, de engel als zijn meerdere erkennend: ‘Wat is er, heer!’ (kurios!) De engel stelde hem gerust met de woorden: ‘Uw gebeden en uw aalmoezen (giften) zijn voor God in gedachtenis gekomen.’
Hoor! De engel gaf Cornelius een opdracht. Hij moest mannen naar Joppe zenden en een zekere Simon, met de bijnaam Petrus, uitnodigen. Deze was te gast bij Simon, een leerlooier. Zijn huis lag bij de zee.
Zodra de engel was weggegaan, gehoorzaamde Cornelius.

Vier dagen later (Handelingen 10:30). De apostel Petrus arriveerde in Caesarea in gezelschap van negen mannen: twee huisslaven met een soldaat die door Cornelius waren gestuurd en zes mannen (broeders) uit Joppe (Handelingen 11:12). Van Joppe naar Caesarea is een afstand van ongeveer vijftig kilometer. Waarschijnlijk hadden zij deze afstand te voet afgelegd.

In het huis van Cornelius trof Petrus een groot gezelschap aan. Zij waren gekomen op uitnodiging van Cornelius. De genodigden waren zijn bloedverwanten en beste vrienden.
Als Jood mocht Petrus het huis van een Romein (heiden) niet binnengaan. De inwoners waren onbesneden en aten onrein voedsel, niet kosjer. Dit had tot gevolg, dat de kleren, het huisraad en vaatwerk, etc. van de inwoners ook onrein waren. En toch betrad Petrus het huis van Cornelius!
Was Petrus nu ongehoorzaam aan de leefregels door de Here God in de Thora gegeven? Geenszins! De Here God had hem opgedragen dit te doen!
Op het getuigenis van twee of drie staat een zaak vast (Deuteronomium 19:15, Johannes 8:17). Door driemaal hetzelfde visioen te ontvangen en door de Heilige Geest wist Petrus het huis van Cornelius, een heiden, te moeten binnengaan (Handelingen 10:9-16 en 19). Hij sprak daarover tot Cornelius en de aanwezigen. Vervolgens sprak Petrus over de alleruniekste Persoon: de Here Jezus, de Gekruisigde, de opgestane Heer, zittend aan de rechterhand van God de Vader op Zijn troon. Hij sprak ook dat ‘alle’ profeten uit de Tenach (het Oude Testament) van Hem spraken: ‘dat een ieder, die in Hem gelooft, vergeving van zonden ontvangt door Zijn Naam’ (Handelingen 10:43).  

Petrus sprak en de aanwezigen luisterden. Wat nog niet eerder was gebeurd, gebeurde: de Heilige Geest viel op allen, die naar het Woord hoorden! Groot was de verbazing van de zes mannen (broeders) uit Joppe, die met Petrus waren meegekomen: de heidenen…! De gojim…! De Romeinen…! Allen die aanwezig waren en luisterden naar de woorden van Petrus ontvingen de Heilige Geest! De gave van de Heilige Geest was over de heidenen uitgestort…! Nee, een vergissing was uitgesloten. Want hoor! De aanwezigen spraken in tongen en maakten de Here God groot! (Handelingen, hoofdstuk 10)

  Niet alleen de Joden, maar nu ook de Romeinen (de heidenen) - die toestemming hadden verleend voor de kruisdood van de Here Jezus en de executie hadden voltrokken - ontvingen de Heilige Geest. De scheiding tussen Joden en heidenen was opgeheven, niet door mensen, maar door de Here God. De Messias van Israël, de Here Jezus, heeft door zijn kruisdood de ceremoniële wetgeving bestaande uit voorschriften als:
- De offerdienst voor vergeving van zonden;
   - de spijswetten (rein en onrein);  
   - rituele reinheid,
buiten werking gesteld (Efeze 2:14 en 15, Kolossenzen 2:14). Maar geenszins heeft Hij buiten werking gesteld ‘de wet’ en ‘de profeten’, samengevat in het eerste en tweede gebod:
- ‘U zult de Here, uw God, liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand;
- u zult uw naaste liefhebben als uzelf’ (Matteüs 22:37 en 39).
Het gaat immers om het hart van de mens en niet om het uitwendige (Marcus 7:14-23). Anderzijds heeft de Here Jezus door Zijn lijden en sterven gedaan, wat geen mens kon: Hij heeft de wet vervuld! (Matteüs 5:17)
Bij de Here God is geen aanzien van de persoon. Ofwel: een ieder - het maakt niet uit, uit welk volk of ras - die Hem vereert en doet wat recht is in Zijn ogen, is Hem welgevallig (Handelingen 10:34 en 35).
 
De tijd die er ligt tussen de uitstorting van de Heilige Geest op de Joden en via de Romeinse hoofdman Cornelius op de heidenen is niet bekend. Toch mag wie Pinksterfeest viert niet vergeten: Joden en heidenen ontvingen niet gelijktijdig de gave van de Heilige Geest. De gedachte van de Here God is: eerst de Jood, daarna de heiden (Romeinen 1:16).

De scheiding tussen Joden en heidenen is opgeheven (Efeze 2:11-16). Bij de Here God is geen aanzien van de persoon. De Pinksterzondag te Jeruzalem in het jaar 33 is de geboortedag van ‘de gemeente!’ Het lichaam van Christus! Deze bestaat uit: Messias belijdende Joden en - na de uitstorting van de Heilige Geest op Cornelius - heidenen (1 Korintiërs 12:13), met de Here Jezus als hoofd (Efeze 1:22 en 23, Kolossenzen 1:18).
De Kerk van alle plaatsen en tijden belijdt (zegt) in het Apostolicum, artikel 11: ‘… één heilige, algemene christelijke kerk, de gemeenschap der heiligen.’

Reageren? Zie contact

Terug naar de inhoud